‘Pap. Mam. Zijn we er bijna?’
‘Ja schat, we zijn er bijna.’
‘Waar is het dan?’
‘Daar bij die meneer in die gekke rode jas.’
‘Meneer, waarom hebt u zo’n gekke rode jas aan?’
‘Omdat het buiten koud is maar als je echt wilt lachen dan moet je kijken wat ze binnen aan hebben.’
‘Weet u toevallig ook waar wij naar binnen moeten?’
‘Jawel. U mag hier de trap omhoog nemen. Boven vindt u de vestiaire, de retirade en er zijn drie zaalingangen waar u de derde van dient te nemen. Het buffet bevindt zich in de Amstel Foyer op de vierde verdieping.’
‘En kunnen we ergens ook nog een kopje koffie krijgen?’
‘Ja, dat kan op de vierde verdieping.’
‘Ik moet heel erg nodig naar het toilet, weet u ook waar ik die kan vinden?’
‘Ja mevrouw, boven aan de trap aan de rechterkant.’
‘En onze jas moeten we zeker beneden afgeven of niet?’
‘Nee meneer, bij de vestiaire hangt gelukkig een kapstok in de buurt.’
‘Oh maar we zijn nu links, we hebben galerijrechts dan moeten we zeker een andere ingang hebben.’
‘Nee meneer, u bent hier goed. U mag de trap omhoog nemen en boven helpen mijn collega’s u verder. Ik wens u een prettige voorstelling.’
‘Oh Dirk, ik heb er nu al zin in.’
‘Ik ook Truus.’
‘Mama ik wil een ijsje!’
‘Haha schat, dat hebben ze hier toch niet.’
0 reacties so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.